Op 3 november vond weer een R-LINK-workshop plaats. Tijdens de R-LINK Workshops komen alle partners bij een. Dat betekent dat wetenschappers, adviseurs, ambtenaren en ontwikkelaars samen op excursie gaan en de hele dag met elkaar discussiëren over alle aspecten van gebiedsontwikkeling. Dit keer bezochten wij twee locaties in Amsterdam; Landtong Nieuwe Meer en de K-Buurt. Beide locaties zijn interessant omdat ze gezien kunnen worden als ‘bottom-up’ initiatieven. Initiatieven die de nieuwe Omgevingswet straks veel meer wil faciliteren.

In de ochtend werden we ontvangen bij Landtong Nieuwe Meer. Dit is, zoals de naam al doet vermoeden, een landtong in het Nieuwe Meer, gelegen in het Amsterdamse Bos. De landtong is op dit moment in bezit van een stichting die kunstenaarsateliers beheert op het terrein en een jachthaven. De kunstenaars willen het gebied graag transformeren tot een 21ste -eeuws stadspark waar vol op ruimte is voor culturele, ecologische en sociale projecten. Zo is er een groep kunstenaars bezig om een bospont te maken – een pont die zelf varend moet worden en waar planten op groeien – om de oevers van het Nieuwe Meer met elkaar te verbinden. Het bijzondere aan dit project is dat het initiatief van de kunstenaars zelfs is gekomen en dat ze door middel van het organiseren van workshops heel actief de omgeving betrekken bij hun ideeën en plannen.

Na ons bezoek aan landtong Nieuwe Meer zijn wij naar de K-Buurt gegaan. De K-Buurt is een buurt in Amsterdam Zuidoost, die een nieuwe impuls gaat krijgen door de nieuwbouw. Aanvankelijk wilde Gemeente Amsterdam het brak liggende terrein snel gaan ontwikkelen, maar dat leidden tot protest van een aantal buurtbewoners. De buurtbewoners hebben zich verenigd in het ‘hart voor de k-buurt’ collectief. Deze groep heeft inmiddels afgedwongen dat er in de nieuwe plannen een plein wordt aangelegd en heeft verregaande inspraak gekregen op de plannen. Het interessante is dat deze groep na dit succes er ook voor heeft gezorgd dat de metro naar deze buurt blijft rijden. Inmiddels helpen ze ook met het organiseren van allerlei sociale activiteiten, van braderie’s tot buurtuurtjes.

Het lijkt erop dat een organisatie zoals ‘hart voor de k-buurt’ en het initiatief van de kunstenaars op de Landtong precies is wat de nieuwe Omgevingswet wilt bevorderen. De Omgevingswet wilt dat er meer geëxperimenteerd wordt met inspraak en dat buurtbewoners zelf hun omgeving vormgeven. De ontwikkelingen in de K-Buurt en op Landtong Nieuwe Meer lijken hier een schoolvoorbeeld van te zijn. Echter draaien beide initiatieven op vrijwilligers en hebben ze geen officiële positie. Het is vaak zoeken naar welke instantie hen verder kan helpen en ze moeten gaandeweg leren hoe ze het beste hun initiatief kunnen opzetten. Dit legt ook meteen een zwakte bloot van de Omgevingswet, want het gaat een enorme inspanningskracht vergen van buurtbewoners om al de ontwikkelingen in hun omgeving in de gaten te houden en vorm te geven. Minder wet- en regelgeving zal ervoor zorgen dat er meer behoefte is aan ondersteuning vanuit de gemeente.