Het woord burgerparticipatie – als ik heel eerlijk ben – klinkt een beetje suf. Je ziet vaak dat dezelfde ‘participatiemodellen’ worden toegepast en je ziet ook vaak dezelfde betrokkenen. Een project wat voor mijn onderzoek heel inspirerend is, is de Esso-Hauser in Hamburg. In deze blog beschrijf ik de zes lessen die getrokken kunnen worden uit deze uitzonderlijke casus.

De Esso-Hauser (Esso-houses) was een sociaal woningbouwcomplex aan de Reeperbahn. De Reeperbahn is de rosse buurt in de Hamburgse wijk St. Pauli. Toen de Esso-Hauser in 2009 verkocht werden aan een belegger ontstond er onrust in de buurt. De buurtbewoners waren bang dat het complex gesloopt zou worden en dat er dure woningen voor terug zouden komen. Het complex was een ontmoetingspunt voor de buurt. Naast de sociale huurwoningen zat er namelijk ook een tankstation (van Esso, vandaar de naam), een theater en een 24h-shop in het complex. Toen na een aantal jaar de belegger aankondigde het pand te willen slopen werden er dan ook snel acties georganiseerd voor het behoud van het complex.

De spanningen liepen hoog in 2013. Er werden demonstraties georganiseerd die uitgroeide tot massale protesten waar duizenden mensen de straat op gingen. Niet alleen voor het behoud van de Esso-Hauser, maar ook tegen het neoliberale grondbeleid van de gemeente. De demonstranten botsten met de politie en in de Duitse media werd er van een gefahrengebiet gesproken rondom het Esso-Hauser. Dit alles zorgde voor een impasse rondom de ontwikkeling van het Esso-Hauser. De gemeente was in principe voorstander van de sloop, het pand was in slechte staat en de belegger had beloofd dat er meer sociale huurwoningen voor terug zouden komen. Maar de politiek durfde niet zo maar goedkeuring te geven aan de plannen van de beleger, de buurtbewoners gingen immers niet voor niets de straat op. Tegelijkertijd werd de woonsituatie in het gebouw steeds slechter. De belegger was gedwongen het pand te stutten omdat ze bang waren voor instortingsgevaar. Rapporten van externe experts over de veiligheid van het pand werden niet geloofd. Ze waren immers betaald door de belegger. In december  2013 werd de bezirksambt (stadsdeelvoorzitter) gebeld dat het gebouw stond te trillen. In allerijl werd het gebouw ontruimd en werd er besloten het gebouw te slopen.

Uiteraard werd datd niet goed ontvangen in de buurt. Mensen spraken van een complot van de beleggers. Om de situatie te de-escaleren huurde de gemeente een groep buurtbewoners in die het participatieproces wilde organiseren. Deze groep mensen, bestaande uit kunstenaars, planners en sociale werkers, heet PlanBude. Zij werden betaald om het participatieproces te ontwerpen en te organiseren. Omdat zij vanuit de buurt zelf kwamen, viel dat in goede aarde. Een van de belangrijkste voorwaarde van PlanBude was dat zij de totale vrijheid hadden. Zowel de gemeente als de belegger mochten geen invloed hebben over hoe het participatieproces zou verlopen. Dit heeft geresulteerd in een heel creatief participatieproces. Er werd een container in het gebied geplaatst waarin buurtbewoners hun ideeën met elkaar konden te bespreken. Voor schoolkinderen werd er een onderwijsprogramma georganiseerd. Workshops en debatavonden werden ingepland en buurtbewoners mochten hun favoriete ontwerp kleien. Al deze input werd ook gekwantificeerd. Een vragenlijst met voornamelijk open vragen werd uitgedeeld en door duizenden mensen ingevuld. Alle input werd verzameld in een boek en PlanBude stelde een Code St. Pauli op. In deze code stonden zeven punten waaraan alle nieuwe ontwikkelingen in St. Pauli zouden moeten voldoen.

Hiermee was het participatieproces afgesloten, maar nu begon het echte werk. Er moest een plan gemaakt worden. PlanBude bleef hierbij betrokken en onderhandelen samen met de gemeente en de belegger over de planvorming. Er werden architecten uitgenodigd om een ontwerp te maken. Deze ontwerpen moesten vervolgens in de buurt getoond worden zodat buurtbewoners er feedback op konden geven. In de selectiecommissie werden ook twee buurtbewoners opgenomen (in een commissie van 18 man). De Nederlandse architect Kamiel Klaasse en zijn bureau NL wonnen uiteindelijk de tender. Het ontwerp is een mooie vertaling van de cultuur van de buurt en de creativiteit van het participatieproces. Veel inspringende gevels en op de daken zijn een basketbalveld en klimmuur ingepland. Daarnaast zou er ruimte moeten zijn voor maatschappelijke start-ups, een muziekcluster (the Beatles zijn groot geworden in St.Pauli) en een queer-feministische seksshop (het is immers de rosse buurt).

Maar ook met dit ontwerp was er nog steeds geen akkoord. Er moest nog een overeenkomst getekend worden tussen de gemeente, de beleggers en PlanBude over het programma. Deze onderhandelingen duurde maar liefst drie jaar. De onderhandelingen gingen moeizaam omdat PlanBude en de belegger het vaak niet met elkaar eens waren. Een onafhankelijke mediator werd ingehuurd om de onderhandelingen te leiden. Op een gegeven moment was het budget voor de mediator op, wat er voor zorgde dat de onderhandelingen nog langer duurde. De komst van een hotel in het gebied was tegen de wens van PlanBude, maar werd gezien als een acceptabel compromis. Waar geen compromis over gesloten zou worden was de betaalbaarheid van de woningen in de wooncoöperatie (Baugemeinschaft) die in het plan stond opgenomen. Hamburg is wooncoöperatie hoofdstad van Europa, maar voor veel mensen zijn deze coöperaties onbetaalbaar. Daarom wilde PlanBude dat de betaalbaarheid gegarandeerd zou worden. Uiteindelijk werd er na drie jaar een overeenkomst getekend waar alle partijen zich in konden vinden. Volgens mij kunnen wij zes lessen trekken uit deze casus:

  1. Laat het participatieproces georganiseerd worden door buurtbewoners
  2. Betaal de buurtbewoners om het participatieproces te organiseren zodat ze het professioneel kunnen aanpakken
  3. Zorg voor kwantificering van de (creatieve) input van buurtbewoners
  4. Zorg ervoor dat er buurtbewoners opgenomen zijn in de tendercommissie
  5. Laat tijdens onderhandelingen de gemeente het algemeen belang vertegenwoordigen en een buurtorganisatie het buurtbelang.
  6. Zorg voor een onafhankelijke mediator tijdens onderhandelingen