Met de participatiesamenleving krijgt de burger een hoofdrol in het bepalen van zijn leefomgeving. De democratie wordt bevorderd, de geactiveerde burger mag zijn wensen voor de leefomgeving uiten en de overheid kan kosten besparen. Het klinkt ideaal, maar ook idealistisch. Waar liggen de grenzen en welke aannames zitten hierin? Een onderzoeksconsortium van kennisinstellingen, professionals en burgerinitiatieven, genaamd R-LINK, stelt kritische vragen en zoekt antwoorden.

Het volledige artikel in Ruimte + Wonen