Op 30 oktober vond er bij Antea Group een bijeenkomst plaats die als doel had verbindingen en uitwisseling tussen Omgevingsmanagers van Antea te creëren en/of faciliteren. Ik was uitgenodigd om hier reflecties over sociaal leren aan bij te dragen – vanuit eerste inzichten van mijn onderzoek. Voor mij een mooie manier om te reflecteren op praktische toepassing van inzichten die tot nu toe wat abstracter zijn geweest. Voor Antea Group een manier om op hun samenwerking en uitwisselingen te reflecteren en ze eventueel nóg beter te benutten. Drie vragen structureren dit korte verslag. Dit geeft inzichten die hopelijk voor de Omgevingsmanagers zelf, maar ook voor anderen behulpzaam kunnen zijn. Bijvoorbeeld voor initiatiefgroepen van de in R-LINK bestudeerde casussen, of voor planologen of andere adviseurs.

Geert Rovers presenteert deelresultaten R-LINK onderzoek aan Omgevingsmanagers Antea Group (foto door Kim C. v. Schönfeld, 30 oktober 2018)

Wat is dit voor groep, en hoe en waarom komen ze bij elkaar?

Ten eerste is het belangrijk om te weten wat voor groep hier bijeenkwam. Dit geeft belangrijke informatie om de resulterende processen te interpreteren – als de onderstaande inzichten in een andere context gebruikt worden, moet eerst deze vraag voor die context beantwoord worden.

Zonder te ver in te gaan op details, is duidelijk gemaakt dat hier mensen met veel verschillende achtergronden bij elkaar zijn gekomen die op dit moment werkzaam zijn als Omgevingsmanagers bij het adviesbureau Antea Group. Het doel van de bijeenkomst was om een platform te bieden waardoor de Omgevingsmanagers steun voor elkaar zouden kunnen opbouwen door de complexiteit van hun opgaven met elkaar te delen en door de eenzaamheid die hun werk soms betekent tegen te gaan. Dit doel werd meerdere keren expliciet benoemd, en het was duidelijk dat doelgericht van elkaar leren belangrijk werd geacht. Hiernaast werd wel ook de nadruk gelegd op inhoudelijke presentaties, waarvan deze keer twee werden gegeven – klassieke presentaties met ppt-slides, met veel interactie tussendoor door vragen en discussie.

Wat is sociaal leren?

In het kort is sociaal leren een proces waarbij een individu via interactie met minimaal een ander persoon kennis, vaardigheden of ervaringen uitwisselt of opbouwt. Dit proces wordt beïnvloed aan de ene kant door persoons-eigen dynamiekenen aan de andere kant door groepsdynamiekendie in een bepaalde samenstelling ontstaat. Het sociale leerproces kan deels bewust gevolgd en beïnvloed worden, maar heeft altijd ook een onbewust onderdeel. Bijvoorbeeld kan bij een inhoudelijke discussie over de planning van een treinstation heel bewust iets worden geleerd over i) de vorm, ligging en milieueffecten van het station, en ii) de actoren die bij de beslissingen over het project betrokken worden; maar vaak meer onbewust ook over iii) hoe het is om met de verschillende partijen samen te werken, of iv) welke lichaamstaal wat voor effect heeft op anderen.

Wat zijn inzichten over sociaal leren die in de praktijk van belang kunnen zijn?

Voor de ANTEA Omgevingsmanagers kunnen de onderstaand vragen leiden tot reflecties omtrent sociaal leren die de soort bijeenkomsten die ik heb bijgewoond beter te begrijpen en uiteindelijk ook beter te benutten.

(foto door Eelke Dute van Antea, 30 oktober 2018)

Wat voor achtergronden zijn allemaal aanwezig? Bijvoorbeeld welke opleidingen elk individu heeft gedaan, of wat voor werkervaringen zijn opgedaan. Hierbij is het belangrijk om erop te letten dat mensen niet op basis hiervan in hokjes worden gestopt, of wordt bevorderd dat alleen soortgelijk met soortgelijk (of juist het andere uiterste) gaat werken. Informele gesprekken en interacties kunnen vaak helpen om een beter gevoel te krijgen van welke personen aan het proces meedoen. Allerlei persoonlijke voorkeuren en levensstijlen bijvoorbeeld kunnen beïnvloeden hoe je sociaal gaat leren. Dit moet je niet allemaal willen sturen of veranderen natuurlijk, maar als er meer kennis is over de uitgangspunten van de individuen (en de organisaties waar ze voor werken bijvoorbeeld), kan helpen om te begrijpen hoe goed een sturing van een sociaal leerproces kan werken, of waarom bepaalde spanningen of juist goeie samenwerking ontstaat.

In hoeverre speelt competitie in de groep een rol? Dit heeft ook impact op de mate van intimiteit die mogelijk is, en of mensen meer of minder met elkaar delen.

Wie kent wie al van voor de bijeenkomst? Wie niet? Wie doet al langer het soort werk dat hier wordt besproken, en wie is er nieuwer bij? Deze vragen kunnen beïnvloeden hoe zeer de verschillende deelnemers zich op hun gemak voelen om informatie te delen, maar bijvoorbeeld ook in hoeverre zij ervan uitgaan dat anderen iets al weten – wat soms verkeerd ingeschat kan worden.

Zijn er mogelijkheden om verschillende formats te gebruiken tijdens de bijeenkomsten? Denk aan het afwisselen van klassieke presentaties met opsplitsen in kleinere groepen voor discussies, of met informele drankjes op een locatie buiten het kantoor bijvoorbeeld. Dit kan onder andere bevorderen dat mensen die minder ervaren zijn of minder op hun gemak zijn in een grotere groep, ook meer kunnen bijdragen aan de interacties. In een passievere rol (door bijvoorbeeld stil te luisteren, en meer of minder geïnteresseerd te kijken) dragen zij ook bij aan het sociale leerproces (bijvoorbeeld kan iemand anders hierdoor veronderstellen dat een bepaalde uitleg meer of minder interessant blijkt). Maar door ook actievere interacties kunnen zij eventueel meer of bewuster bijdragen.

Hoe expliciet wil je de doelen van een gesprek centraal stellen? Het expliciet maken van de doelen beïnvloedt in hoeverre sociaal geleerd wordt – zowel bewust als onbewust. Bewust ben je dan heel erg naar iets specifieks op zoek om te leren, en leer je andere dingen misschien niet, of veel minder bewust. Onbewust leren kan heel handig zijn (bijvoorbeeld omdat je er niet over hoeft na te denken), maar het kan ook betekenen dat je er minder controle over hebt en het minder kunt beïnvloeden en benutten

(foto door Eelke Dute van Antea, 30 oktober 2018)

Gaat het erom dat iedereen alles zelf weet, of om ‘weten wie weet’? Denk goed na of je zelf de inhoud wilt leren, of juist wilt weten wie iets weet, zodat je naar hun kunt refereren of hun kunt vragen als die kennis eens nodig is.

Let op! Sociaal leren kan ook negatieve gevolgen hebben: je kunt ook verkeerde informatie verspreiden, of mensen inspireren om bepaald gedrag te vertonen dat eigenlijk ‘onwenselijk’ is. Dit hangt altijd af van het perspectief van degenen die het beoordelen, maar het is in elk geval niet zo dat je steeds maar meer sociaal leren moet willen – je moet vooral kijken wat voor sociale leerprocessen je wilt en hoe je die kunt faciliteren. Het begrijpen van wat sociaal leren inhoudt kan helpen om juist dat te doen.

Lees verder

Binnenkort komen er twee wetenschappelijke artikelen uit van Kim en haar begeleiders over dit onderwerp. Bij interesse kun je contact opnemen met kim.vonschonfeld@wur.nl .

Meer toegepaste stukken verschijnen later door deze auteurs. Het proefschrift van Kim (dat als het goed is in 2020 uitkomt) gaat hier helemaal over!