De tweede R-LINK workshop op 8 december was opnieuw een geslaagde ontmoeting tussen wetenschap en praktijk. De  workshop vond plaats in Het Werk in Groningen, een creatieve broedplaats die sinds twee jaar bestaat. De dag bedroeg een divers programma. Verschillende sprekers zijn aan het woord geweest, er is actief gediscussieerd, we zijn aan het werk gezet, en we hebben de omgeving verkend.

De middag begon met een heerlijke lunch verzorgd door Bie de Buuf, een recent gestart initiatief met als doel het laagdrempeliger maken van lokale streekproducten. We zijn verwend met melk en sapjes, rijk belegde broodjes met onder andere ganzenpaté  en een smakelijk knolselderij-venkel soepje met hazelnotentopping.

Na de lunch werd het workshopprogramma geopend door Wendy Tan en Michiel Hulshof. Hiltje van der Wal en Frank Brander werden gevraagd naar de ervaringen van de Gemeente Groningen met bottom-up initiatieven en burgerparticipatie.

Na een korte koffiebreak was het de beurt aan promovendus Michiel Stapper om ons te verlichten. Michiel zit midden in zijn onderzoek naar de rol van development contracten in bottom-up projecten. In zijn presentatie hij over zijn plannen om de onderhandelingen en interacties tussen de verschillende betrokken stakeholders in dit soort projecten te gaan volgen, en over de verschillende overwegingen en keuzes die hij nog moet maken in zijn onderzoek. Zijn presentatie bood aanwezigen de kans hierover mee te denken en Michiel kritische vragen te stellen.

Michiel maakt tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om zijn Q-method te testen. De opdracht was om verschillende stellingen over burgerparticipatie te sorteren van ‘heel erg oneens’ naar ‘heel erg eens’. Dit bleek nog een flinke klus. Dat veel mensen het met meer stellingen eens waren dan oneens, zou goed te maken kunnen hebben met de sterke voorliefde in de zaal voor burgerinbreng.

Toen was het tijd om een luchtje te scheppen. Aan de overkant van de straat bevindt zich namelijk één van de casestudies van R-LINK, Toentje. Laurens Stiekema heeft ons uitgebreid verteld over het stadslandbouwproject, haar vrijwilligers en de verhuizing van Toentje. Opnieuw kwam het onderwerp contracten aan bod. Bij Toentje proberen ze deze simpel te houden om het project op deze manier zo laagdrempelig mogelijk te houden. Wat ooit begon als klein burgerinitiatief is uitgegroeid tot een volwaardig platform, waar verschillende partijen en initiatieven, zoals Het Werk en Bie de Buuf, zich bij hebben aangesloten.

Hierna heeft Hiltje van der Wal ons een korte rondleiding gegeven door de Oosterparkwijk, waarover ze eerder op de middag een korte presentatie gaf. De hoeveelheid groen en de variëteit aan woningen in de wijk waren indrukwekkend.

Terug bij Het Werk konden we onszelf weer opwarmen bij de houtkachel en was het, met maar liefst twee jarigen in ons midden, tijd voor koffie en taart. Gastvrouw Daphne van Bie de Buuf kwam langs om nog wat meer te vertellen over sociaal restaurant Bie de Buuf, dat samenwerkt met allerlei verschillende partijen om een zo divers mogelijk aanbod aan evenementen te kunnen organiseren.

In de presentatie over Innovatiewerkplaats Helpman-De Wijert stond samenwerking eveneens centraal. Deze wijkorganisatie faciliteert projecten die verschillende Groningse partijen samenbrengen. Uniek hierbij is het betrekken van kwetsbare groepen in de samenleving (participatiebanen) en het betrekken van studenten van het Terra en de Hanzehogeschool bij de projecten. De innovatiewerkplaats betrekt alleen partijen in hun project die er niet alleen voor hun eigen gewin zitten, maar voor het collectieve belang van de wijk. Annet Muller benadrukte ook een aantal organisatorische aspecten, zoals het houden van overzicht over alle lopende projecten, het hebben van kennis van onderwijs en innovatie en het hebben en onderhouden van goede connecties binnen de wijk.

Vervolgens nam Wendy Tan het woord om te vertellen over de eerste bevindingen van het bezoek aan de casestudies in Londen. Per casestudie is gekeken naar hoe het initiatief tot stand is gekomen, hoe en welke burgers betrokken zijn in het project en naar de relaties tussen overheid, markt en burger. Moderne strategieën zoals crowdfunding, het gebruik van apps, en social media kwamen voorbij in de Londense casussen, maar ook wordt er nog steeds ouderwets van deur tot deur gaan. Verder kwam naar voren dat er in Londen voor community initiatieven een soort belangenorganisatie bestaat, de Community Land Trust, die startkapitaal en advies levert aan burgerinitiatieven.

Inmiddels was ook wethouder Roeland van der Schaaf bij ons aangeschoven. In interviewvorm heeft hij verteld over hoe burgers van consument weer producent worden, zich niet meer laten bedienen maar zelf dingen organiseren, en niet alleen protesteren maar ook met alternatieven komen. De wethouder benadrukte in zijn verhaal het belang van dialoog en inclusiviteit. Een probleem dat de gemeente hierbij tegenkomt, dat ook werd herkend door de aanwezigen, is dat het vaak hetzelfde clubje mensen is dat actief participeert. Hoe krijg je ook die andere groep rond de tafel? Hoe zorg je ervoor dat initiatieven en beleid echt breed worden gedragen? De wethouder opperde de co-operatieve wijkraad als mogelijke strategie, waarin de burgervertegenwoordiging wordt gevormd aan de hand van loting. Uit de groep kwam tot slot de vraag of de gemeente door haar bureaucratische karakter (vergunningen, subsidies, e.d.), niet te veel een reputatie blijft houden van top-down en onbereikbaar. Uit de daaropvolgende discussie kwam naar voren dat de gemeente misschien niet alleen een klein aantal, maar al haar medewerkers eens wat vaker achter hun computers vandaan en de wijken in zou moeten sturen. Een interessante gedachte om de dag en dit verslag mee af te sluiten.